© Musée des Beaux-arts de Quimper

In het voetspoor van schilders van Bretagne

7 plekken door de ogen van schilders

In het voetspoor van schilders van Bretagne

Gauguin en Pont-Aven, Monet en Belle-Île, Maurice Denis en Ploumanac’h… de grootste namen uit de kunstgeschiedenis van de 19de en 20ste eeuw lieten zich verleiden door Bretagne. Dat was toen nog een moeilijk toegankelijk gebied, met een authentieke manier van leven en omringd door een geur van avontuur. De schilders hadden grote belangstelling voor het Keltische verleden, voor de Bretonse legenden, voor de ontelbare kerkjes en calvaries. Met hun penselen legden ze markten, bruiloften, processies, vissershavens en strandtaferelen vast in felle en levendige kleuren. Een verkenning met thematische routes en museumbezoeken.

Van Emile Bernard tot Picasso, het strandgevoel als een “must”

Dinard en omgeving

Halverwege de 19de eeuw worden de stranden van Dinard beroemd. Een rijk, deftig publiek laat overdadige villa’s bouwen en zoekt vermaak op de pas geopende golfbaan en in het casino. Eugène Isabey schildert er het strand van Saint-Enogat. De kust van Saint-Briac dankt zijn bekendheid aan Emile Bernard, Paul Signac en Henri Rivière. In de zomer van 1922 bewoont Picasso met zijn gezin de villa Beauregard. Een vijftigtal doeken, waaronder “Famille au bord de la mer” en “Deux femmes courant sur la plage”, geven een levendig beeld van het zonovergoten leven aan het strand.


Maurice Denis en de Côte de Granit Rose

Ploumanac’h / Perros-Guirec

De ongelooflijke schoonheid van deze roze rotsformaties die uit de zee opduiken, moest wel tot de verbeelding van de schilders spreken. Mathurin Méheut maakte de “Tête de bélier”, de ramskop, onsterfelijk, Henri Rivière viel voor de haven en Henri Le Fauconnier schilderde een kubistische versie van een gezicht op de daken van het dorp. Voor Maurice Denis was dit het de hemel op aarde. Hij kocht de villa Silencio, gebouwd op de Pointe du Château in Tréstrignel. Zeilwedstrijden, badende vrouwen en tafereeltjes van gezinnen aan het strand werden onder zijn hand tot opmerkelijk inventieve en poëtische schilderijen.


Van Eugène Boudin tot Henri Rivière, op zoek naar het pittoreske

Camaret en het schiereiland Crozon

Levendige kaden, vissersboten die terugkeren in de haven, het kleurige tafereel van de oranje en rode zeilen van de sardienenvissers… Eugène Boudin zag het in Camaret en kon er geen genoeg van krijgen: 60 werken wijdde hij aan deze plek. Hier vestigde zich ook een kunstenaarskolonie. Onder andere Georges Lacombe, Paul Sérusier en Maximilien Luce kwamen er. Ze zwierven rond over de Pointe de Dinan, bij de Tas de Pois en de zeegrotten bij Morgat. Ze werden gefascineerd door de indrukwekkende landschappen en hun schilderijen zijn van hoge kwaliteit, zowel als verbeelding van de werkelijkheid als ook technisch. Rond de eeuwwisseling (19de-20ste) verbleef Henri Rivière elk jaar in Morgat, dat zich toen tot badplaats had ontwikkeld. Hij maakte er vele aquarellen.

Doen

  • Wandel langs de haven van Camaret en loop door tot de pittoreske kapel van Rocamadour, vlak aan zee
  • Bezoek de Tour Vauban, die op de Werelderfgoedlijst van de Unesco staat
  • Proef de ouderwetse charme van de wijk Saint-Thomas, de kunstenaarswijk, waar je talloze ateliers en galerieën vindt
  • Stap aan boord van een van de Vedettes Sirène en ontdek Morgat en de zeegrotten vanaf het water
  • Dwaal door de zalen van het Musée des Beaux-arts in Brest, waar veel zeegezichten en werken van de School van Pont-Aven, van de Nabi-beweging en het symbolisme te zien zijn

Gauguin en de revolutionaire School van Pont-Aven

Pont-Aven

Dit kleine stadje, beschut gelegen aan weerszijden van een brug over het estuarium van de Aven, werd ontdekt door de Amerikanen en werd ongekend populair door de schilders van de School van Pont-Aven. Een rivierbedding bezaaid met rotsen, talloze molens, eenvoudige huisjes, kapellen, drukke markten, schilderachtige klederdracht, fraaie lichtval… De inspiratiebronnen waren onuitputtelijk. De bevolking was zeer gastvrij en een belangrijke kunstenaarskolonie vestigde zich in het plaatsje. Maar de echte beroemdheid kwam toen het synthetisme ontstond, een kunststroming die haar ontstaan vooral dankt aan kunstenaars als Gauguin, Paul Sérusier en Emile Bernard. Maar ook Charles Filiger, Maxime Maufra en Henry Moret droegen eraan bij.

Doen

  • Bezoek het Musée des Beaux-arts, gevestigd op de plaats van het voormalige Pension Gloanec
  • Ontdek de collecties op een originele manier, via een bezoek met gids aangeboden door de VVV
  • Volg de route Circuit du bois d’amour en bekijk het schilderij Le Christ jaune van Paul Gauguin in de kapel van Trémalo
  • Neem de tijd om rond te kijken in de ongeveer 60 galerieën die het stadje rijk is
  • Loop door tot het gehuchtje Le Pouldu bij Clohars-Carnoët en bezoek La maison-musée, een reconstructie van het strandpaviljoen waar Gauguin verbleef

Paul Sérusier, op zoek naar de primitieve natuur

Huelgoat  / Châteauneuf-du-Faou / Le Faouët

Na zijn verblijf in Pont-Aven ging Paul Sérusier op zoek naar het eenvoudige, onbedorven Bretagne. Huelgoat, in de Monts d’Arrée, met zijn woeste rotsformaties en oude legenden, leverde hem inspiratie voor een aantal bijzondere en indrukwekkende doeken, gestempeld door een archaïsche spiritualiteit, zoals “L’incantation, ou le bois sacré” en “Solitude”. In 1893 vestigde hij zich in Châteauneuf-du-Faou, een klein stadje boven de bochtige Aulne, een plek die hem bleef inspireren tot aan zijn dood. Even zuidelijker ligt Le Faouët, dat in het begin van de 20ste eeuw een treinverbinding kreeg en waar de derde kunstenaarskolonie van Bretagne ontstond. De Chapelle Sainte-Barbe, een fraai bouwwerk uit de 15de eeuw, staat op een bijzondere plek en inspireerde Mathurin Méheut en Ernest Guérin. Yvonne Jean-Haffen maakte een prachtige triptiek van de processie die er plaatsvond.

Doen

 

Huelgoat

Châteauneuf-du-Faou 

Le Faouët

  • Wandel langs de route Circuit des chapelles en neem de tijd om stil te staan onder het grote leien dak van de 16de-eeuwse hallen
  • Bezoek vervolgens een museum met een vaste collectie gewijd aan de kunstenaars die in de regio verbleven

 


Monet, geboeid door de steeds veranderende luchten

Belle-île

Monet maakte het eiland beroemd. In 1886 vestigde hij zich in het kleine vissersdorpje Kervilahouen, dicht bij de Aiguilles de Port-Coton, bij Port-Goulphar en Port-Domois. Geboeid door de schakeringen van het licht en de steeds veranderende zee, legde hij hetzelfde landschap op verschillende momenten vast. Daarmee legde hij de basis voor een werkwijze die uiteindelijk resulteerde in de beroemde Série des Cathédrales de Rouen. Aan Monet, de meester van het impressionisme, ontleende de Australische John-Peter Russell de losse techniek die zijn hoogtepunt vindt in “La voile rouge à Port-Goulphar”. Ook Matisse bezocht het eiland en kwam terug met een liefde voor sterke kleuren: een eerste stap op weg naar het fauvisme. Later, in de jaren ’50, verdiepte Vasarely er zijn geometrisch abstracte stijl.

Doen

 

  • Ga naar de Pointe des Poulains en bezoek het Musée Sarah Bernhardt en het atelier van Georges Clairin, haar schilder-vriend, die haar Belle-Île liet ontdekken
  • Volg de Côte Sauvage In het voetspoor van Claude Monet
  • Maak kennis met het dagelijks leven op Belle-Île in het Musée de la Citadelle en bekijk de herinneringen aan vele generaties schilders die het eiland bezocht hebben

 


Méheut en Creston, in de streek van het witte goud

Batz-sur-Mer en het schiereiland Guérande

De schrijver Balzac zag de streek van Guérande als een voorproefje voor het oosten, als “een stukje Afrikaanse woestijn, begrensd door de oceaan”. Het schouwspel van de in het wit geklede zoutzieders, het rechte lijnenspel van de zoutpannen en de bijzondere lichtval hebben vele schilders geïnspireerd. In de jaren 1950 en ’60 schilderde René-Yves Creston de typerende kleding. Een serie tekeningen, gouaches en caseïneverfschilderijen van Mathurin Maheut, naar het leven weergegeven, vat het in een levensechte reportage. Als een etnograaf gaat hij te werk, vangt de details van een beweging, van de oogsten van het zout, van de bouwstijl van de dorpen in het zoutwinningsgebied. Op Batz trekken de romantische ruïnes van de Chapelle du Murier en de monumentale toren van de Église Saint-Guénole de aandacht van vele kunstenaars die er kort verblijven.

Doen

  • Bezoek het Musée des marais salants van Batz, waar je alles te weten komt over de economische kanten van zout. Er is ook een interessante collectie grafische kunst
  • Bekijk de zoutpannen eens vanuit een andere hoek, met de thematische excursies
  • Beklim de Tour Saint-Guénolé en geniet van een schitterend uitzicht over het schiereiland

De schilders van Bretagne

in Bretonse musea

Ook de moeite waard:

OOK INTERESSANT

Officiële website van Toerisme Bretagne
Onze suggesties