© Emmanuel Berthier

Bretagne op de specerijentoer

Specerijenmengels waar je reislustig van wordt

Bretagne op de specerijentoer

Avontuurlijke verhalen over “specerijenjagers” die met hun schepen vertrokken uit Port-Louis, Lorient en Saint-Malo en over geraffineerde mengsels, samengesteld door beroemde chef-koks: het verhaal over de band tussen Bretagne en specerijen is nog lang niet uit.

bt71574.jpgKaneel, steranijs en andere specerijen van Roellinger© Benoit Teillet

Een stukje geschiedenis…

De geschiedenis van Port-Louis, een vredige badplaats in Zuid-Bretagne, is nauw verweven met die van de specerijenhandel. Vanaf de muren van de citadel heb je een schitterend uitzicht op het eiland Groix. In 1664 kiest Colbert deze plek langs de rede van de Blavet om er de Franse Oost-Indische Compagnie te vestigen die hij kort daarvoor had opgericht om de handelsbetrekkingen met Azië uit te breiden. Verderop langs de rede worden scheepswerven gevestigd die de aanzet vormen tot het ontstaan van de stad Lorient. Gedurende 40 jaar wordt er in Port-Louis en Lorient door de Oost-Indische Compagnie veel geld verdiend met de handel in niet alleen specerijen, maar ook thee, stoffen, zijde en porselein. Door de oorlogen met Holland, Spanje en Engeland loopt de overzeese handel echter sterk terug. De Oost-Indische Compagnie gaat failliet en wordt in het begin van de 18de eeuw overgenomen door “de heren van Saint-Malo”, waarmee de plaatselijke reders en kapers worden bedoeld. Aan deze “specerijenjagers” is de bouw van de malouinières, rijke buitenhuizen, te danken. Een aantal van deze grote landhuizen, tjokvol geschiedenis, is tegenwoordig open voor het publiek.

Le musée de la Compagnie des Indes

In de citadel van Port-Louis is nu het museum van de Oost-Indische Compagnie gevestigd. Hier wordt het verhaal verteld van de schepen uit deze streek, van Lorient tot Pondichéry, die in de 17de en 18de eeuw de wereldzeeën doorkruisten, op zoek naar de schatten van Azië. De rijke collectie laat onder meer maquettes van schepen, oude kaarten, Chinees porselein en katoenen stoffen uit India zien. Bezoek op eigen gelegenheid of onder leiding van een gids-verteller.

Musée de la Compagnie des Indes

De specerijen van Oliver Roellinger, dé standaard

Een cajunmengsel, als eerbetoon aan de Acadiërs, die hun eigen draai gaven aan de keuken van Louisiana, en een Bretonse gomasio die bestaat uit onder andere boekweit uit Bretagne, sesamzaad uit Egypte, zwarte komijn en koriander uit India, behoren tot zijn jongste creaties. Aan de reputatie van Olivier Roellinger, onbetwiste meester in de kunst van het bereiden van specerijen, valt niet te tornen. Hij is geboren langs de Baai van Cancale en in zijn geboortehuis, een malouinière, vestigde hij zijn atelier, La Maison du Voyageur, waar hij ideeën voor kruidenmengsels uitwerkt. De meeste specerijen die hij gebruikt worden ter plekke gebrand en gemalen en zijn fair trade of worden biologisch geproduceerd. Olivier Roellinger selecteert zelf in de landen waar ze geproduceerd worden, de bladeren, bloemen, schors, zaden of zeldzame bollen die hij voor zijn mengsels gebruikt. Zijn aanbod is indrukwekkend: de chef-ontdekker heeft meer dan 80 mengsels op zijn naam staan.

Waar kun je de specerijen kopen?

De specerijenwinkels van Roellinger

Cancale, Saint-Malo, Paris

Meubels van teak en palissander, potten met vanillestokjes en een mashrabiya-kast roepen de sfeer op van de route rond de Kaap. Hele muren gaan schuil achter rood met blauwe glazen potjes met daarin de beroemde specerijen, sommige met wonderlijke namen. In zo’n omgeving ga je haast vanzelf dromen van verre landen. Szechuanpeper, kardemom, kurkuma… de specerijen worden door Olivier Roellinger zelf aan een strenge selectie onderworpen in hun land van herkomst. Bovendien zijn de meeste specerijen afkomstig uit de biologische landbouw en van de eerlijke handel. De specerijen zijn herkenbaar aan de rood met blauwe potjes en zijn verkrijgbaar in de eigen winkels van Epices-Roellinger en in de webshop.

Epices Roellinger

De “Kari Gosse”, een creoolse specerij, maar dan puur Bretons…

Tot in de 19de eeuw bleef het recept geheim. Men zegt dat het afkomstig is van een apotheker uit Auray (Morbihan) die Gosse heette, en dat het aan hem is doorgegeven door een schipbreukeling die hij onderdak bood. Een van zijn nakomelingen, Xavier Pouëzat, maakt het nog steeds en het is nog steeds met een zekere geheimzinnigheid omgeven. Kari Gosse is een puur Bretons specerijenmengsel, met een zeer karakteristieke geur van kruidnagel en een fraaie warmgele kleur. Het mengsel bevat verder ook nog gember, kurkuma, piment, kaneel en peper. Combineert uitstekend met kreeft en andere schaaldieren.

Kari Gosse wordt verkocht in verschillende Bretonse pharmacies.

 

Saffraan uit Bretagne

Dit is de duurste specerij ter wereld: je hebt namelijk bijna 150.000 bloemen nodig voor 1 kg! Iedereen kent het, maar wie had ooit gedacht dat je saffraan ook in Bretagne kunt telen? Sinds enkele jaren is een aantal kwekers de uitdaging aangegaan om dit zeldzame en zeer begeerlijke product te verbouwen. De oogst van de krokussen vindt plaats in de vroege herfst. De Bretonse kwekers:

Didier Corlou

Een neus voor specerijen

Didier Corlou is chef-kok en afkomstig uit Morbihan. Hij gebruikt zijn reuk en zijn andere zintuigen om zijn eigen specerijenmengsels samen te stellen. Sinds 25 jaar woont en werkt hij in Vietnam, waar hij de leiding heeft over 5 beroemde restaurants. In Vietnam heeft hij de perfecte plek gevonden om te werken en nieuwe smaken te creëren. Didier Courlou is een reiziger in hart en nieren en hij is dan ook voortdurend te vinden in de bergen en op de hoogvlakten van Vietnam. Daar probeert hij de beste kwekers te vinden van kassie, steranijs, zwarte kardemom, kurkuma, Ma Khaen-peper…Ook currymengsels uit Halong, Hanoi, Tanger en Siam maken deel uit van het assortiment van “Épices Corlou”. De chef-kok verkoopt deze specerijen ook in Frankrijk.

Epices Corlou

Waar kun je de specerijen kopen?

In een van de “Cales aux épices”

In Paimpol of Vannes en binnenkort ook in Rennes.

In het logo van het bedrijf staat een goélette, als knipoog naar het maritieme verleden van Paimpol. “La Cale aux épices” is ontstaan in 2015 in Paimpol (Côtes-d’Armor), als neerslag van de verre reizen die Christophe Lemaire maakte. Deze wereldreiziger heeft een passie voor specerijen en bereidt ze ook zelf. In zijn winkels deelt hij zijn ontdekkingen en creaties graag. Na Paimpol opende hij kortgeleden een winkel in Vannes en binnenkort is hij ook in Rennes te vinden. De winkels hebben een retro-uitstraling, als een drogisterij of apotheek van vroeger. Hij biedt er een twintigtal zelf samengestelde currymengsels, 30 marinademengsels en zo’n 80 verschillende soorten pepers en andere specerijen. Producten die hij zelf selecteert tijdens zijn reizen over de hele wereld – en steeds weer komt hij thuis met nieuwe recepten.

La Cale aux épices

Ook interessant

Officiële website van Toerisme Bretagne
Onze suggesties